Columns:
Zeilmannen komen ook van Mars...

Het is nu eenmaal zo dat wij zeilers niet allemaal van Atlantis komen. Nee, zeilmannen komen gewoon van Mars en wij zeilvrouwen van Venus. Dat ervaar ik, op onze reis toch wel dagelijks. Onderstaande columns over hoe ik, als vrouw, het zeilen en onze reis beleef, zijn ook geplaatst op www.vrouwaanboord.nl. Een site vóór en dóór vrouwen, omdat wij de watersport nu eenmaal toch iets anders beleven.

Geen ouwe hoeren, maar ouwehoeren

Vrouwen hebben de naam. En ik geef toe, ik klets ook graag. Met mijn vriendinnen en collega’s. Of gewoon met een gezellige onbekende. Mannen beweren soms dat bij vrouwen de mond niet stil kan staan. Maar mannen kunnen er ook wat van! Zeker de zeilende mannen of eigenlijk, mannen met een boot. In Nederland op de haven zag je dat al, die mannen kende elkaar allemaal. En soms schoot het klussen ook niet op; “het zat wat tegen”. Totdat je weer eens meeging en hoorde dat ze vorige keer zo gezellig koffie gedronken hadden. Ja ja…

En wat zie je onderweg? Het zijn de mannen die ‘hangen’. Het ‘hangen’ is met de dinghy langszij komen en dan staande in de dinghy kletsen met de mensen in de kuip. Mijn manlief ook, bij elke Nederlander en al andere bekende boten, of onbekende boten gaat hij wel even ‘hangen’, kletsen.

Eigenlijk is het een handig, nuttig en sociaal gebeuren hoor, dat ‘gehang’ van die mannen. Want alles wordt in korte tijd uitgewisseld; van waar kom je vandaan tot waar moet je inklaren. En van waar de bakker is tot waar het een goed Happy Hour is. Erg nuttig eigenlijk dus. En als de vrouwen elkaar dan later zien, is er heus nog wel stof tot kletsen. Maar ook de mannen zijn dan nog niet uitgepraat. Meestal komen de technische zaken ter spraken, terwijl de vrouwen het hebben over de goedkope supermarkt of de mooie plekjes op het eiland.

De dag erna zijn het weer de mannen, die weer gaan ‘hangen’; even dat vragen, hoor. Of hij wilde dat van mij lenen, enz. Ze komen niet uitgekletst, echte ouwehoeren. En als ze dan samen de motorruimte induiken, dan weet je zeker dat jij de komende paar uur het rijk alleen hebt. Ze zitten daar gerust heel de middag om dan net voor borreltijd, helemaal zwart van de olie terug te komen, met de mededeling dat we over 5 minuten verwachten worden bij die of die, omdat we nog eerst daar borrelen voordat we de kant opgaan. Even haasten, want voor gezelligheid maak je tijd.

Het ‘hangen’ is dus een mannending, maar misschien komt dat wel omdat het dinghy-varen ook echt een mannending is. Op de ankerplek zie je de mannen naar de kant varen, vrouwlief wegbrengen. Maar zelfs voor de lol ‘crossen’ ze nog rond met hun dinghy alias mini-speedboot. Met tig pk vliegen ze in plané tussen de schepen door. Je schut je hoofd over de kinderen die onbehouwen varen, maar de mannen zijn zeker zo erg hoor met hun dinghy.

Dus ja, zouden ze nu zo vaak gaan ‘hangen’ als excuus omdat ze gewoon graag veel rondcrossen met de dinghy óf zijn de mannen (met boot) ook gewoon echt ouwehoeren?

Denise -  25 april 2011

Rolbevestigend bezig

Met een haaknaald, bol wol en een haakpatroon voor mijn neus zit ik op de kuipbank in mijn bikini in de brandende zon. Hoe huiselijker kan het worden? Misschien met een hond aan mijn voeten? Want mijn mok met thee staat al te dampen in de houder aan de stuurkolom.

Ik vond het creatief bezig zijn altijd al leuk, maar had nooit tijd voor dat ‘gefreubel’. Nu, heb ik zeeën van tijd en vliegen de crea-ideeën me om mijn oren. Je hebt hier alleen geen ‘crea-winkel’ in elk dorp of eiland, dus toen ik gisteren eindelijk een ‘crea-winkel’ tegenkwam was ik lyrisch. Heb een half uur staan te dubben over de kleur wol! Dat is weer eens wat anders dan over de kleur paprika.

Aan boord is de rolverdeling toch al zo ouderwets, of nee, laat ik het conservatief normen. Ouderwets klinkt wat negatief en conservatief degelijker. Manlief zeilt en doet de technische klussen. Ik kook, was, poets en brei, of nee, nog niet, ik haak. Ja, het is net als vroeger. Toen zag je reclames van glimlachende vrouwen, schorten voor, haar netjes weggestoken voor het aanrecht. Ooh, kriebels kreeg ik er altijd van. En nu? Tja, ik loop inderdaad rond met een glimlach; maar wat wil je, ik ben op reis! En ja, ook mijn haar is weggestoken; het is anders zo warm in mijn nek. En ook sta ik inderdaad vaak achter het aanrecht ; niet altijd vol enthousiasme, maar we moeten nu eenmaal eten. Ojé, ik kan zo die reclame in. Maar wacht, ik heb geen schort aan boord, mijn parelketting is thuis en mijn keuken ziet er iets anders uit. Valt weer mee toch?

Al moet ik, nu we het toch over dit onderwerp hebben, eerlijkheidshalve wel opbiechten dat ik een naaimachine aan boord heb. Ja, om de gordijnen af te maken. Oei, dat is ook wel erg rolbevestigend hé? Maar, verzachtende omstandigheden te over, je ziet het wel meer. Want wat valt mij op na het observeren van andere varende stellen? De meeste stellen vervallen in het ouderwetse rollenpatroon. Oh nee, dat klinkt wel erg negatief en wanhopig. De meesten stellen nemen het conservatieve rollenpatroon weer aan, als ze langer aan boord zijn. Hoe komt dat dan eigenlijk toch? Is het erfelijk bepaald, zit het in onze genen? Worden we gedwongen? Geen idee eigenlijk. Springen we zelf in deze rol? Omdat we denken dat we de andere taken niet kunnen? Eerlijk, ik kan nu eenmaal geen olie vervangen anders dan in de frietpan.

Ik weet het niet, ik weet alleen dat ik sommige dingen, die in het conservatieve rollenpatroon passen, nu eenmaal leuk vind om te doen. Het ‘crea-gefreubel’ en bijvoorbeeld wat nieuws proberen met koken. Dus ja, is het dan eigenlijk zo erg? Dat de man weer de mannendingen doet en de vrouw zich bezighoudt met de vrouwendingen? Nee, eigenlijk niet, het gaat er volgens mij alleen maar om dat je doet wat je leuk vind!

Denise -  10 april 2011

Taakverdeling

Aan boord van de La Luna geldt een taakverdeling. Sommige taken horen bij de Captain, sommige taken horen bij de First Officer en sommige taken zijn niet specifiek voor de een of de ander. En jawel, zoals eerder bekend gemaakt, ik ben de First Officer! Eerst was ik gewoon crew. Maar ben gepromoveerd tot First Officer.

Wouw, denk je nu misschien, dat heeft ze toch goed voor elkaar. Ja, dat klopt. De Captain grapte alleen dat het niet was omdat ik het verdiende, maar omdat het gewoon praktisch is. Wham, daar ging mijn ego weer naar beneden. Het is natuurlijk, op een schip met z’n tweetjes, een beetje groot dat er én een Captain én een First Officer is. Maar op alle officiële documenten, staat het nu wel zo.

Het is namelijk zo, als de Captain niet aan boord is, heeft de First Officer het voor het zeggen. En dan heeft de Captain van de La Luna blijkbaar toch liever dat ik dat ben, dan dat een andere Captain het voor het zeggen krijgt hier aan boord. En dat is toch eigenlijk best aardig voor mijn ego!? Als ik er niets van bakte, zou Captain dat waarschijnlijk echt niet zo regelen.

Maar ik ging het hebben over de taakverdeling. Deze staat nog niet geheel vast en al varende weg worden taken verdeeld. Soms omdat de Captain de juiste skills heeft of soms omdat het de First Officer gewoon beter ligt. Het aanmeren is echt een skill van de Captain, dus om het schip krasvrij te houden bemoeit de First Officer zich daar niet mee. Maar als er iets gezocht moet worden, dan is een enkele vraag aan de First Officer genoeg, want die weet blindelings waar alles ligt. En zo zijn er nog een aantal taken duidelijk verdeeld.

Er is alleen één taak die elke keer discussie behoeft. De stronttank, of in normaal Nederlandse termen, de vuilwatertank. Deze is aan boord en dat is prima, totdat… hij verstopt raakt. En helaas gebeurt dat, gelukkig niet vaak, maar wel eens. Voor geïnteresseerden: de wc loost in de tank en die staat open naar buiten.

Je kunt je voorstellen dat als deze verstopt zit, dit een vuil klusje wordt waar een reukje aan zit. Nou, de stronttank-discussie heeft ook altijd een reukje… want volgens de First Officer is overeen gekomen dat de Captain de technische klusjes heeft. De stronttank behoort dan ook tot de Captain’s taken, ik vind dat namelijk echt een technische klusje. De Captain hoeft zich dan niet met het shoppen (van bijvoorbeeld ‘bootschappen’) bezig te houden. Als het om het laatste gaat, vind de Captain dit een prima overeenkomst, maar zodra de stronttank verstopt zit, gaat Captain weer in discussie.

Gelukkig snapt Captain dat muiterij ook niet alles is (Captain kent de film ‘Muiterij op de Bounty’), dus kiest nog elke keer drollen voor z’n geld en ontfermt zich over de tank. Vandaag was dat terwijl de First Officer aan het koken was… wat is er mis met deze taakverdeling?

Denise - 27 maart 2011

 

Genakeren, wat een feest!

"Ik houd hem niet!" "Je moet door trekken!! Met heel je gewicht eraan." G*&^#@%@, wat vervloek ik dit k-ding. Het touw glijdt tussen mijn handen, ik voel ze branden. Ik heb gewoon geen grip! Met heel mijn gewicht hang ik aan de lijn om de snuffer van de genaker naar beneden te trekken. Ik ben aardig wat afgevallen maar zo ligt als een veertje ben ik nog lang niet. Na enige worstel seconden, die minuten lijken, word ik hem dan eindelijk de baas. De slurf schuift met veel moeite over de genaker naar beneden. Wat vervloek ik dit ding! Eindelijk, de snuffer is beneden. Wat een belachelijke naam eigenlijk voor zo'n ding. Snuffer. Hij had beter Puffer of Stroever kunnen heten.

Nu heel het spul nog die zak in zien te krijgen, zonder dat alles over board waait. "Zakken!" Brul ik naar achteren "stoppen", " zakken!" Yes, alles zit weer in de zak. Ik sta op, mezelf vasthoudend aan de reling. Gatver, nog een natte kont ook. Ik sleep de zak achter me aan naar achteren en stort, met zak en al in de kuip. "Gaat het?" vraagt manlief heel attent. Ik schut en puf nog na van de inspanning. Dat moet toch beter te doen zijn? Waarbij ik me terdege realiseer dat genakeren voor het snuffer-tijdperk nog erger was! Pakte het zeil, met naar beneden trekken, elke keer weer wat wind en lag heel het zeil, voor je het wist in het water. Wat heb ik dat ding toen ook vervloekt zeg. Ik zou zelfs de windmeter gesaboteerd hebben om maar niet de genaker of spinaker te hoeven hijsen. De snuffer is eigenlijk wel wat spinakerstressverminderend geweest. Maar we laten hem nu iets te lang opstaan.

 Ik pak wat drinken en nestel me op de kuipbank. De wind blijft zo doorstaan dus de genaker kan voorlopig in de zak blijven. Ik vind het varen met de genaker echt heerlijk, begrijp me niet verkeerd, je glijdt altijd super lekker door het water. Maar zodra dat ding weer naar beneden moet, met net iets te veel wind, vervloek ik het kreng. “We moeten hem eerder naar beneden halen hoor, met zoveel wind krijg ik hem gewoon niet meer naar beneden”, zucht ik tegen manlief ondertussen nog in mijn handen wrijvend van de pijn. Manlief ziet geen probleem, “het ging toch goed? Je hebt hem toch weer in de zak gekregen?” Ja, maar hoe! Mijn handen branden en ik moet eerst bijkomen van de krachtinspanning. “Je moet gewoon goed met je gewicht eraan gaan hangen.” Ja ja, met de nadruk op ‘goed hangen’ zeker of op ‘met je gewicht’? Ik ga naar binnen, schenk nog wat drinken in en neem een extra grote koek. Ik moet een andere strategie bedenken voor de volgende keer, handschoenen aan voor meer grip en dus ‘goed hangen’. En misschien nog maar een extra koek voor meer ‘hang-gewicht’?

Denise -  13 maart 2011

 

Ook zeilmannen komen van Mars...

“Jeetje, kun je nou niet nadenken?” verzucht mijn kapitein met een boos gezicht als we voor anker liggen. Hij heeft het tegen mij. Ik weet het niet meer hoor. De ene keer wordt mij met klem verzocht niet zelf na te denken en een andere keer moet ik het juist wél doen.

Als ik dit als weerwoord geeft, zucht hij nog harder. Ik krijg een hele preek over hoe vaak wij nu al wel niet geankerd hebben en wat ik dan in hemelsnaam aan het doen ben? Mijn nagels aan het lakken ofzo? Ik beaam dat terwijl ik op mijn oranje gelakte teennagels wijs. En duik dan maar naar beneden om het logboek in te vullen. Het verstandigste voor dat moment, lijkt mij. Ligt het nu aan mij en ga ik het gewoon nooit leren? Of heb ik een onredelijke kapitein? We zijn nu al een aantal maanden onderweg en mijn leercurve is super steil. Ik ben niet geboren op een boot en weet gewoon nog niet alles. Mijn kapitein verwacht dat ik alles na één keer doen onder de knie heb, danwel weet. Maar dat is dan weer mijn idee, volgens hem.

Als ik het ’s avonds aan de andere zeilers als ‘leuk’ verhaal vertel, wordt er wat voorzichtig gelachen en geknikt. Blijkbaar is het een bekend fenomeen. Ik krijg bijval van de vrouwen en de mannen verzuchten dat we het inderdaad niet snappen. Ik weet mannen en vrouwen zijn anders. Mannen komen van Mars en vrouwen komen van Venus. Maar af en toe is dat knap irritant. Zeker als je samen op zo’n 14 vierkante meter leeft. Misschien had ik wel gedacht, gehoopt, dat zeilmannen en –vrouwen gewoon allemaal van Atlantis komen. Zijn een team, snappen elkaar, voelen elkaar aan. Ervaring leert dat dat helaas niet altijd het geval is en we geen van beiden uit Atlantis komen. Ik denk het af en toe wel als ik heerlijk als een vis in het water lig of in mijn eentje, in alle rust, mijn wachtje loop.

Maar een bruusk “Hallo! Let even op ja, we zijn hier geen nagels aan het lakken!” zet mij weer terug op de boot. Tuurlijk let ik op. Het lakken van nagels is ook een secuur bezigheitje, wat met alle precisie moet gebeuren. Ik weet alleen dat ik dat nu niet als wederwoord moet aangeven. Want mijn zeilman van Mars snapt zijn zeilvrouwtje van Venus gewoon af en toe écht niet.

Denise - 27 februari 2011